De Coup van Cayenne

Een drinkebroer tevens zeurkous als commandant, een fluwelen staatsgreep die twee nieuwe machthebbers oplevert. De inlichtingenofficier twijfelt: wie is eigenlijk de echte gouverneur?

Door Twan van den Brand

"Heeft bij de inlichtingendienst vooral te Cayenne uitstekend werk verricht”, zo luidde de beoordeling van Hub Mouwen. De kapitein van de Prinses Irene Brigade was in de hoofdstad van Frans Guyana betrokken bij een coup. In de Nederlandse geschiedschrijving wordt aan dit wapenfeit uit 1943 geen enkele  aandacht besteed.

Misschien omdat, het positieve rapport over Mouwen ten spijt, er geen heldendaden werden verricht. Er was eerder sprake van een schertsvertoning. De ene gouverneur werd het land uitgeleid en even later zat de kolonie dankzij een foutje in de regie met twee nieuwe bazen. Wie is de enige echte, zo luidde de vraag.

Bovendien kreeg dit Guyana, naaste buur van Suriname, te maken met een militaire commandant die een drinkebroer en een zeurkous was. Zo althans werd kolonel Yvan Vanègue geschilderd in een rapport dat inlichtingenofficier Mouwen overseinde. “Hij is en blijft een slap figuur.”

Weinig waardering ook had de Nederlandse kapitein voor de chef de kabinet van het nieuwe bewind, ene Parfaite. “Hij denkt een handig diplomaat te zijn”, aldus de rapportage van 6 april. Maar: “Als hij dronken is, zegt hij de meest onhandige dingen; moet niet geheel betrouwbaar worden geacht”.

Ontsnapping

Hub Mouwen was in oktober 1942 toegevoegd aan de inlichtingendienst die vanuit Suriname opereerde. De Bredanaar, op dat moment dertig jaar oud, streek met de Prinses Irene Brigade in tropisch Nederland neer. Hij had al wereldwijde avonturen achter zich. In Belgisch Congo bijvoorbeeld, waar een ernstig motorongeluk een einde maakte aan zijn verblijf.

Mouwen keerde voor herstel terug naar Europa, naar Parijs om precies te zijn, waar hij een baan vond bij de Nederlandse handelsmissie. Toen de oorlog in zijn buurt kwam, wilde hij meedoen en meldde zich in juni 1940 bij het vreemdelingenlegioen. De strijd van het ‘Régiment de Marche des Voluntaires Etrangers’ bleek een kansloze.

Vier maanden na zijn recrutering wist Mouwen via Spanje en Portugal naar Engeland te ontsnappen. Daar meldde hij zich bij de troepen die later de Irene Brigade zouden vormen. Op 20 november 1941 arriveerde de avonturier in Paramaribo. Twee jaar later was hij ineens, zij het korte dagen, ‘onze man’ in Cayenne.

Nazi’s

In de hoofdstad van Frans Guyana resideerde gedurende de eerste oorlogsjaren René Veber, een gouverneur die getrouw was aan de oude Philippe Petain, de maarschalk die vanuit Vichy nazi-Duitsland hielp. Deze dubieuze loyaliteit zorgde bij de buurlanden voor onrust. Die werd nog eens gestimuleerd door tal van, al dan niet ware, verhalen.

Juist aan de grens met dit Guyana lag (en ligt) het Surinaamse stadje Moengo. De Amerikanen haalden daar het bauxiet op, dat als grondstof voor aluminium zo onmisbaar was voor hun vliegtuigbouw en dus de oorlogsvloot. Ze hadden, onder leiding van de New Yorkse kolonel Paul ‘Love’ Singer, niet voor niks troepen gelegerd in Suriname. Zij aan zij met de Irene Brigade. De Nederlandse commandant ter plaatse, kolonel Jantje Kroese Meyer, was een persoonlijke vriend van Singer. 

“Een vlugge bommenwerper zou in tien minuten tijds vanuit tal van plaatsen in deze door Vichy geregeerde kolonie naar Moengo en de belangrijke bauxietmijnen kunnen vliegen”, berichtte het Surinaamse dagblad De West op 13 juli 1942 op de voorpagina. “Ten aanzien van de geheime vliegvelden der nazi’s ter plaatse zijn de berichten tegenstrijdig.” Het was een kopie van stukken in de Amerikaanse media.

Oproer

Gedurende de avond van de 16e maart 1943 komt het tot een oproer in Cayenne. De inwoners van de stad, al even getart door tekorten in de winkels, trekken naar het gouvernementsgebouw van Veber. De gouverneur verschijnt op het balkon. Hij hoort het volk om brood schreeuwen. En om bekering. Vergeet Vichy, sluit je aan bij de generaals die Hitler bestrijden, bij De Gaulle en Giraud.

Enigszins verdacht is het wel dat de betoging begonnen is bij het consulaat van het land dat zorgen heeft over zijn bauxietwinning, de Verenigde Staten. Dat steunt ook een ‘comité van de revolutie’ waarbij op het laatste moment drinkebroer en kolonel Vanègue onderdak vindt.

De militaire commandant kiest net op tijd voor de winnende partij. Gouverneur Veber is te laat. Ook hij wil bijdraaien, maar krijgt geen kans. Weg met hem, schreeuwt het volk. Met enkele hoge ambtenaren en hun echtgenotes zou Veber onder bescherming van ook Nederlandse militairen, via Paramaribo, naar Puerto Rico verdwijnen.

Hub Mouwen zat op dat moment in Cayenne als een onmisbare schakel voor de Amerikanen. Het vooroorlogse verblijf in Congo en Parijs had ervoor gezorgd dat zijn Frans uitstekend was. Dat gold ook voor zijn Engels. Hij was bij vele onderonsjes aanwezig, tolkte voortdurend voor de verschillende partijen en vergaarde zo ongeëvenaarde kennis. “Verder schrijft kapt. Mouwen dat Jacques Guthman vermoedelijk Nederlandsch Consul te Cayenne wil worden. Te Uwer informatie diene, dat deze Guthman vroeger employé van de posterijen was te Paramaribo en in 1939 wegens fraude tot anderhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld, waarna hij naar Cayenne is vertrokken.”

Operette

Mouwen maakte ook de operette rond de dubbele opvolging van de vertrokken gouverneur Veber mee. Na diens vertrek had de burgemeester van Cayenne een telegram gestuurd naar generaal Charles de Gaulle, de latere president, met het verzoek om een nieuwe sterke man te sturen.

Maar een zelfde verzoek ging ook uit naar Henri Giraud, een generaal die uit Duitse gevangenschap was ontsnapt en een soort van ‘tussenpositie’ bekleedde. Tussen de vrije Fransen van De Gaulle en de nazi-loyalisten van Petain. Het was zijn gezant, Le Bel, die als eerste zou arriveren. “Wie is nu de Gouverneur, hij, of een ander, gestuurd door De Gaulle”, vraagt Mouwen zich in een van zijn berichten, gedateerd 24 maart 1943, af.

Het zal uiteindelijk de gezant van die laatste blijken. Jean Alexandre Léon Rapenne blijft ruim een jaar de chef van Cayenne. In het Nederlandse inlichtingenrapport waarin commandant Vanègue als drinkebroer, zeurkous en slap figuur wordt omschreven heet Rapenne een ‘intelligent man’, die evenwel slecht Engels spreekt. “Pijnlijk om aan te horen.” En, dat meldt dit in het Haagse nationaal archief opgeborgen dossier ook, “hij rookt pijp”.

 

04/01/2011