Historie op een vloeitje

Rolf Breier (88) is de laatste gevangene van het kamp Jodensavanne die nog in leven is.

Door Twan van den Brand  

“De Nederlandse jongen Dieter en zijn vader hebben anderhalf jaar in een kamp op Java gezeten, als ze op een dag met vele andere gevangenen als vee in een boot worden geladen. (…) De reis per boot is vreselijk, maar op de plaats van bestemming, een kamp in de jungle van Suriname, is het nog erger. (…) Dieters verhaal is schokkend en aangrijpend – en gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen.”
Dat meldt de achterzijde van het jeugdboek ‘Kamp in de jungle’ van Joyce Pool, dat in 2010 verscheen. Het boek eindigt met de ontsnapping van Dieter uit kamp Jodensavanne, per korjaal. De laatste regels van het verhaal luiden aldus:
"Daarmee zou hij naar de stad varen.

Of naar de zingende meisjes.
In ieder geval weg.
Weg uit het strafkamp dat hij niet had verdiend.
Weg uit deze groene hel.
Het was genoeg geweest.”  
Is zo’n open einde wel goed, hield ik indertijd de schrijfster voor. Ze antwoordde blijmoedig dat ze gek is op een open einde. “Omdat mijn eigen fantasie er dan vanzelf wel mee verder gaat. En alles is nog mogelijk. Er blijft dus ook iets van hoop over.”
Die fantasie kon in dit geval worden gevoed door realiteit. De hoop ook. Want voor de hoofdpersoon in het verhaal, Dieter, heeft Rolf Breier model gestaan, de jongste gevangene van Jodensavanne. Hij is tevens de laatste overlevende. Wat er van hem geworden is, dat weten we. Omdat ‘Dieter’ op 26 november 88 jaar wordt een mooie gelegenheid om dat nog eens te memoreren.  


Gevangen in Fort Nieuw Amsterdam/tekening Rolf Breier

De laatste jaren gaat het wat minder met Rolf. Hij is inmiddels opgenomen in een tehuis voor dementerenden. Vorige winter werd hij op een nacht door de politie uit de sneeuw gehaald, op blote voeten en schaars gekleed.
Dat zal nu niet meer gebeuren. In het tehuis in de Duitse havenstad Kiel, waar hij al lang woont, wordt Rolf vierentwintig uur per dag in de gaten gehouden en verzorgd. Hij verdrijft de tijd daar bladerend in zijn boeken over Indonesië en Suriname. Hij kijkt naar de foto’s om herinneringen op te halen, lezen zit er niet meer in.  
Rolf werd geboren in Sawahloento op het eiland Sumatra. Zijn Tsjechische vader was ingenieur bij een kolenmijn. Maar na zijn naturalisatie tot Nederlander zou senior op Java aan de slag gaan als gevangenisdirecteur. Het gezin verhuisde mee.
Na de Duitse inval in Nederland werden in het toenmalige Nederlands-Indië Duitsers, Oostenrijkers, leden van de NSB en andere zogenoemde staatsgevaarlijken opgepakt. Moeder Breier, een Oostenrijkse was voor een lange vakantie naar haar vaderland teruggekeerd.
Rolf, toen 16, werd met zijn vader Rudolf en oudere broer Harald ook geïnterneerd. Waarom? Waarschijnlijk omdat hij wel eens brieven kreeg, voorzien van een postzegel met de beeltenis van Adolf Hitler. Ze waren afkomstig uit Wenen, van zijn moeder. Bovendien was vader Rudolf als trouwe bezoeker van de Oostenrijkse club in Semarang extra verdacht.
De Breiers werden in 1942 met 143 anderen in de Tjisadane naar Suriname verscheept. Ze kwamen eerst in Fort Nieuw Amsterdam terecht en vervolgens in het kamp Jodensavanne in de jungle onder Paramaribo. De beelden die daarvan bewaard zijn gebleven, hebben we deels te danken aan het talent van Rolf. Al op jonge leeftijd bleek hij een begenadigd tekenaar. Tijdens zijn gevangenschap tekende hij op zowat elk velletje of karton dat hij vinden kon. De historie samengevat op een vloeitje.


Vrij! Wachten op de boot in Paramaribo/tekening Rolf Breier

Rolf kwam in 1946 vrij. Niet door een ontsnapping per korjaal, zoals in het boek van Joyce Pool. Maar omdat in juli van dat jaar de poorten van het kamp in de jungle openzwaaiden.
De poging om per korjaal te vluchten heeft overigens wel degelijk plaatsgehad. In september ’45. Rolf stuitte met zijn vaartuig op een Amerikaans transportschip en meende het zich te kunnen permitteren om aan te monsteren. Hij werd onmiddellijk herkend door de toevallig aanwezige Surinaamse militair Max Valdink, die ook wel eens als bewaker diende op Jodensavanne. Het liep voor Rolf uit op een verblijf van twee maanden in gevangenis Fort Zeelandia in Paramaribo. Daarna werd hij weer naar Jodensavanne getransporteerd.  
Na zijn vrijlating in ’46 bezocht Rolf de kunstacademie in Amsterdam. Enkele jaren later vertrok hij naar het land van zijn moeder en streek neer in Wenen. In 1975 verhuisde hij naar Kiel, waar hij tot zijn pensionering als tekenaar was verbonden aan het anatomisch instituut van die stad. 
Suriname zou hem niet loslaten. Hij keerde nog eens terug, onder meer om het meisje te bezoeken dat hij tijdens een verlof uit het kamp had leren kennen, Mathilde Biswane (zie onder het tabblad De Verhalen het stuk: Tante Bé, de vroege liefde).
Toen ik in 2004 begon aan mijn boek De Strafkolonie, over het kamp Jodensavanne, waren er nog 4 van de aanvankelijke 146 gevangenen in leven. Bij het verschijnen van het boek in 2006 waren twee van hen overleden. Nu is Rolf de allerlaatste, wankel, maar sinds 26 november 88 jaar oud.

11-11-2011